vrijdag 27 december 2013

Derde Kerstdag

Is het echt waar? Is het echt al eind december? Als je hier buiten loopt zou je het niet zeggen. We zaten vanmiddag even buiten, gewoon in een shirtje, en we kregen het een beetje warm. De zon brandde op onze snoet, ik was bijna de zonnebrandcrème gaan zoeken.

We waren de hele ochtend binnen bezig geweest en ergens vonden we dat ineens zonde. Binnen zitten kan altijd nog, het gaat ongetwijfeld nog wel eens vriezen of dooien en storm zal er ook nog genoeg zijn. Dus waarom niet wat in de tuin gaan werken, op 4,2 hectare is er altijd wel wat te doen.

We hebben onder andere de vijg gesnoeid. Die struik willen we temmen tot een boom. Niet simpel. Wie een vijg heeft begrijpt meteen wat ik bedoel. Het is net als onkruid, het schiet overal uit de grond, hoe kort je hem ook knipt, het jaar erop beneemt hij je het uitzicht.

En dat is nu net wat we niet willen, het uitzicht moet behouden blijven. Kort houden lukt niet met een plant die twee meter per jaar groeit, dan maar de hoogte in. De onderkant houden we kaal, vanaf 1,50 meter boven de grond mag hij groeien. Hij blij, wij blij.

Van het snoeihout heb ik stekjes genomen. Ik ben er laatst toevallig achter gekomen hoe je dat moet doen, het is het proberen waard. Iets wat zo gemakkelijk groeit zou geen problemen mogen opleveren normaal gezien.


Vijftien eenjarige takjes met een stukje tweejarig hout eraan staan nu wortel te schieten. Alles wat nu nog rest is een beetje geduld.

zaterdag 7 december 2013

Tigerfeet

Onze sechoir, het is een doorn in het oog. Op zich is het een handig gebouw, groot vooral, maar we hebben er zo weinig aan op het moment.

Het woord sechoir komt van drogerij, het is een oude tabacsdrogerij. Vroeger, geen idee hoe lang geleden, werd er op het land tabac verbouwd. De grote bladeren werden opgehangen in een soort van hoge schuur waar het lekker doortochtte zodat de bladeren goed konden drogen.

Tegenwoordig tocht het daar iets te veel. De oude planken aan de zijkanten zijn niet meer wat ze geweest zijn, hier en daar liggen er een paar naast zelfs. Bovendien is de sechoir uitgebreid met zijbeuken, niet geheel volgens origineel ontwerp allemaal, maar wel praktisch omdat de vloeroppervlakte meer dan verdubbeld is. Mooier is hij er daardoor niet op geworden, maar gelukkig is de originele constructie nog wel intact.

In zijn nadagen is de sechoir gebruikt als veestal, later voor opslag van hooi. Tegenwoordig gebruiken we hem voor niet veel meer dan tijdelijke opvang van rommel en afvalhout. Doodzonde. En daarom zijn we begonnen om er nieuw leven in te blazen.

Stap één is ervoor zorgen dat er een bruikbare vloer in zit. Gisteren en vandaag is er gewerkt aan een betonlaag. Hebben we nu eens niet zelf gedaan deze keer, het is een rotklus, loodzwaar bovendien. We hebben het uitbesteed, geef ons een ongelijk. Alleen het oorspronkelijke middengedeelte is gedaan, acht bij zes meter. Het wordt onze garage. Als alles gaat zoals we nu voorzien, dan komt er een gebouw binnen een gebouw. Een afsluitbaar middengedeelte met ruimte aan de zijkanten voor trekkers, aanhangers, hout en weet ik veel wat nog meer. Het wordt wel wat, geef ons wat tijd.


Zoals altijd als er beton gestort wordt loopt er iets of iemand doorheen. Ook afgelopen nacht hebben we bezoek gehad, het beton staat vol met afdrukken. Geen kleine kattenpootjes deze keer, eerder het formaat van een tijger.

Ik was mijn handen in onschuld, het was geen volle maan tenslotte.

zaterdag 16 november 2013

De laatste roos

De winter komt er aan. Het is de laatste dagen ineens een stuk frisser geworden, het is waterkoud. Het zou me niks verbazen als één dezer dagen de eerste sneeuwvlokken naar beneden komen dwarrelen.

De natuur begint zich voor te bereiden op de kou. Het gras is gestopt met groeien, de bomen beginnen hier en daar al wat kaal te worden, de winterviooltjes staan in bloei. Zoals elk jaar verlangen we wel weer naar de sneeuw, en tja, het is tenslotte al half november geweest, het zou zo maar kunnen.


Toch is er ook eentje die duidelijk nog niet aan de vrieskou toe is. De roos doet gewoon alsof haar neus bloedt. Nog steeds staat er een mooie bloem op de struik.

Of eigenlijk "stond", ze staat nu binnen, mooi te zijn, in een vaasje.

woensdag 13 november 2013

Pierette

Ik weet zelf wel dat ik een beetje gek ben, prettig gestoord noemen ze dat geloof ik. Geen probleem, beter gek dan saai zeg ik altijd maar. Het lijkt er sterk op dat het met de jaren erger wordt zelfs. Toen ik een paar dagen terug in de spiegel keek werd dat nog eens bevestigd.


Je denkt nu vast dat ik er een hobby bij heb, dat ik een mimespeler ben geworden of zoiets. Tja, ik kan niet ontkennen dat ik hier een sterke gelijkenis met Pierot vertoon, niet in het minste door het stom toevallige streepjesshirtje. Of is het dan Pierette? Hoe dan ook, ik ben tenminste wel een vrolijke Pierette, gelukkig.

Maar alles berust hier op puur toeval, allicht het feit dat ik er als Pierette uitzag, de rest laat ik wijselijk aan anderen over. Ik had het plafond staan schuren. Gips met een machine gladschuren geeft, zoals ik gemerkt heb, nogal wat stof. Een normaal mens zet dan een stofmasker op, maar ik ben nu eenmaal niet normaal vrees ik. Ik dacht dat een veiligheidsbril wel voldoende zou zijn. Voor mijn ogen wel inderdaad, maar halverwege werd ik al overvallen door niesbuien. Maar ach, dan ben je bijna klaar en je hebt geen zin om van je steiger te klimmen, naar beneden te gaan, helemaal naar de garage te lopen om een mondkapje te gaan halen en dan weer terug. Ken je dat? Niet alleen gek dus maar ook nog lui.

Ik ben toch wel benieuwd wat mijn longen hiervan gaan vinden. Ik voel al een hoestje opkomen ...

donderdag 7 november 2013

Je weet pas wat je mist ...

En toen ging vanochtend letterlijk het licht uit, echt, zomaar ineens. Het was tien over negen. Ach, het gebeurt hier wel vaker, vooral als het hard waait, dan is het hier een knipperlicht. Het duurde alleen wel verdraaid lang deze keer en er zat geen zuchtje wind.

Na anderhalf uur begin je je toch een beetje zorgen te maken. Geen stroom betekent geen verwarming. Ook al stoken we op hout, er moeten pompen draaien of de kachel kookt over. Niet verstandig. Dus zit je in de kou. Eerst denk je nog dat het halve dorp wel getroffen zal zijn, een beetje rondbellen leert dat we de enige zijn. Hm, toch maar even bellen met de EDF.

Dat was om half elf. Om vier uur stond er een monteur voor de deur. Niet dat die veel kon doen behalve constateren dat we inderdaad geen elektriciteit hadden. Alles gaat hier boven de grond, inspecteren of de kabels nog heel zijn is niet al te ingewikkeld. Gewapend met een verrekijker vanaf de straat tot ons huis, zo'n meter of 130, de kabels aandachtig bekeken, geen abnormale dingen te zien. Tijd om versterking in te roepen.

Die versterking kwam helemaal uit Gaillac. Het duurde bijna twee uur voor die arriveerde. Intussen gezellig gebabbeld met de monteur, het bleek een Corsicaan van origine. Hij vond het hier maar frisjes, maar had wel veel verstand van oleanders. Je moet het toch ergens over hebben, nietwaar.

Intussen begon het al te schemeren, we werden gerustgesteld, ze zouden doorwerken tot we weer jus hadden, al duurde het de hele nacht. Kijk, da's fijn om te horen.


Met een lift zou de aftapping van de stroom bij de hoofdleiding gecontroleerd worden, ware het niet dat het terrein te drassig is na de regen van de afgelopen dagen en ze zich hopeloos zouden vastrijden. Dan maar met een gewone ladder. Of toch niet? Het werden een soort van stijgbeugels waarmee de man van de versterking onze paal beklom. Of dat niet gevaarlijk was? Jazeker!

Hoe dan ook, rond zeven uur hadden we weer stroom, en verwarming, en warm water, en computers, en internet, en tv, en radio, en licht, en telefoon, en een werkende koelkast, en een vriezer, en magnetron, en oven, en ... en ... en alles wat ik in de gauwigheid vergeten ben.

Je weet pas wat je mist als het er niet meer is.

maandag 4 november 2013

Warme sokken

We hebben het weekend overleefd. Dat is best bijzonder te noemen, we zijn afgelopen zaterdag en zondag allebei op een volgende tram gestapt. Ondanks dat we eigenlijk maar één dagje ouder zijn geworden was het toch wel even slikken. Ik werd gisterochtend wakker met een zere voet, vanochtend met een zere rug, dus ik mag concluderen dat ik nog leef en dat is gunstig.

Gunstig inderdaad, want onze slaapkamer is nog steeds niet klaar. Daar moet nog flink aan doorgewerkt worden. We zijn al dagen bezig met plamuren en schuren daar. Een klus met een grote K, afschuwelijk, vies en zwaar maar het moet nu eenmaal wil je er iets van maken.


Zoals gebruikelijk bij deze klussen ligt het hele huis onder een laag wit poeder. Wat je ook doet, het kruipt overal tussen. We weten het, we ondergaan het lijdzaam, wat moet je anders.

En we zijn er nog bijlange niet. De hoop om voor de echte winter zijn intrede doet weer in onze warme kamer te kunnen slapen hebben we inmiddels laten varen. Het wordt bibberen. Ik begin maar snel met het breien van warme sokken.